okt
07
2009

112

“Oh god, ik ben te laat!” Versuft spring ik op. Lichtelijk duizelig van het plotseling omhoog komen, iets duffig van de pijnstillers die ik dankzij mijn geinfecteerde kaakgewricht mag slikken.

Ik had om half acht, deze avond, een afspraak. Het is nu twintig voor.

“Waarom hebben ze nog niet gebeld? Nee, natuurlijk bellen ze niet, ik kom wel vaker wat later”

Als een halve wilde, woest haar, nog zwaaiend op mijn benen vlieg ik, nog een gil naar boven schreeuwend naar de mannen “Ik ga!”, de deur uit. Een snelle blik in de spiegel maakt me blij met mijn kapster, het woeste haar staat goed, ze heeft perfect geknipt!

In de auto, het is maar vijf minuten rijden, vraag ik me weer af, “Waarom hebben ze niet gebeld?” Mijn mobiel blijft stil. Dan besef ik me dat ze dat nummer ook niet hebben.

Gelukkig is er parkeerplek zat en hoef ik niet eens bij te sturen, als een volleerd ‘ikhebhaast-parkeerder’ knal ik de auto in één keer tussen de strepen.

Op een drafje sjees ik naar de ingang van de beautysalon. (Heb jij dat nodig? Nee, ik natuurlijk niet, maar mijn nagels doe ik echt niet zelf!).

Sinds een klein jaar is het in de avond nodig om je aan te melden voordat de deur geopend wordt. Je drukt op een bel en een camera checkt of je ’goed volk’ bent. Vrijwel direct gevolgd door de vrolijke stem van een van de dames die op dat moment de balie beheert. Dan loop je de trap op waar je dikwijls door de kwijlende bekken van hondebeest Simba of hondebeestje Beb wordt ontvangen, gevolgd door de lachende gezichten van de eigenaressen van de knuffeldieren (want lief zijn ze!). Ik voel me er meer dan thuis, al ben ik echt geen beautysalon ganger, (of toch wel, kom er al een jaar of vier een keer in de drie weken) zo een ontvangst is natuurlijk altijd ontwapend. Een snuif en een krabbel achter de oren en een vrolijke groet richting de balie is dan de volgende stap.

Maar vanavond niet. De deur blijft dicht, de camera spot wel, maar de vrolijke stem mist. Bevreemd druk ik nog een keer op de bel. Mezelf duidelijker in de lijn van de camera plaatsend. Nog niks. Smekend kijk ik nu in het oogje van de babybigbrother. “Toe ik ben het, te laat, alweer, ja ik weet het, maar ik ben er”. Stilte.
Met gefronste wenkbrauwen pak ik mijn mobiel en draai hun nummer, zullen ze de bel niet horen misschien? De telefoon gaat over een keer, twee keer, tien keer en dan stilte. Ik loop een stuk bij de deur vandaan, het gejaagde wordt verdrongen voor een naar gevoel. Ik loop naar de voorkant van het gebouw en zie de lichten branden. Nog een keer druk ik het nummer in de telefoon. Terwijl ik zie dat de lampen aan zijn, er een raam openstaat, ze moeten er zijn, maar waarom wordt er niet gereageerd? Nog een keer rinkelt de telefoon uit, weer druk ik op de bel, en nog steeds staart ‘eenoog’ me zwart aan, maar hoor ik geen opgewekt “Hallo!?”

Mijn gedachten gaan terug naar vorig jaar zo voor de kerst. Toen zijn ze twee keer in de avond door een gewapende malloot overvallen. “Het zal toch niet?” weer loop ik naar de voorkant, inmiddels sta ik er een kleine tien minuten en heb nog een keer gebeld. Mijn hart roffelt en ik twijfel. Wat te doen? De telefoon in mijn hand. 112? Maar wat als ze gewoon naar huis is? Nee, ze is niet naar huis, alles staat aan en open, de reclame borden staan buiten. En het woord open brand op de gevel. Dan besluit ik naar mijn lief te bellen. Kort leg ik de situatie uit, ik maak me zorgen, weet bijna zeker dat het foute boel is en de beslissing is dan ook ‘112 bellen’. “Ga er wel uit de buurt” zegt manlief nog.

Gauw toets ik de drie nummers in.

“Alarmcentrale wie wilt u spreken?”
“Politie Almere- Buiten graag!”
“Ik verbind u door”

Het gesprek die daarop volgt moet ik eens terugluisteren van de 112 band, ik probeerde zo kort en zo duidelijk mogelijk uit te leggen dat dit niet een normale situatie was. Op het moment dat ik voor de tweede keer het adres doorgeef komt er een man de trap aflopen. (ik was dus niet ‘uit de buurt’) Als hij op zijn dooie gemakje naar buiten loopt versper ik hem, met de alarmdame nog aan mijn oor de weg. “Wat is er aan de hand boven?!” vraag ik dwingend. De man kijkt verwonderd naar me “Niks” zegt hij en loopt door. Ik kijk hem na en onthoud hoe hij eruit ziet en druk, nog steeds met Alarmdame in de telefoon opnieuw op de bel een zoemer ontsluit de deur. Zonder nadenken vlieg ik de trap op, terwijl ik aan Alarmdame vertel wat ik aan het doen ben. Mijn stem verhoogt en met een droge keel roep ik “San, San! Is alles oké??” Dan kijk ik de trap op. Twee perfect geëpileerde wenkbrauwen in een mooi boogje en twee grote groene ogen, geen hond dit keer. “ja”, zegt ze droogjes, “ik sta hier gewoon!?”

“Is alles in orde?” vraagt Alarmdame aan me “Eeh ja, ik gluur nog achter de balie en kijk de salon in “Ja, alles is in orde, eeh, ik denk dat ik wel op kan hangen, bedankt!”

“Wat ben je allemaal aan het doen? “ Vraagt Sandra, niet overvallen door een rotzak, maar wel door mijn gedrag besef ik nu.

“Sorry” hakkelend en buiten adem laat ik me op het bankje vallen. “Ik heb me zó ongerust gemaakt” adrenaline raast, tranen branden. Ik laat mijn nog niet gestyleerde handen wapperen voor mijn ogen om de tranen weg te waaien en besef dat het allemaal meevalt, “niks aan de hand El, niks aan de hand.”

Een knuffel en een uitleg later, ze was alvast aan het stofzuigen en had de bel niet gehoord en dacht inderdaad dat ik weer iets verlaat was. Haar collega had van de rust gebruik gemaakt zelf een zonnebankje te pakken en had daarom ook niks vernomen.

Met het schaamrood op mijn gevoelige kaken (daar slik ik dus dingen voor, waarvan ik raar ga doen) denk ik aan de man die ik onderschepte. Het besef dat ik hem bijna had aangehouden, doet me dommig grijnzen. Maar omdat het welzijn van de meiden me belangrijker leek had ik hem laten gaan. Wat als ik een andere keuze had gemaakt. Wat als de politie al onderweg was geweest en de deur had ingetrapt? Wat als ík de deur had getrapt? Gelukkig bleef het bij ‘wat als’ en konden we er om lachen.

Nu, iets meer als vier uur en tien prachtige nieuwe nagels later, nu pas voel ik me echt weer rustig.
“Schrijf het van je af, schrijf nou eens Ellen. Schrijf het op” werd er tegen me gezegd. Verduld, het werkt, soms moet ik je dus gewoon serieus nemen

nb Sandra heet anders, maar voor het blog dus even Sandra.

Reageren? »

RSS feed for comments on this post. TrackBack URL


Leave a Reply

© 2009 - 2010 AtEllens.nl | Powered by WordPress | Theme: Aeros 2.0 by TheBuckmaker.com