Marcello rende over het pad naar het huis van Fine, stofwolkjes dwarrelden achter hem aan. Zijn fiets verdween, in de haast weggezet, in de golven van het gras.
Ze had gezegd dat hij mocht komen als hij dat wilde. Maar nu hij voor de deur stond, bleef zijn hand voor de deur zweven.
Een kwartier geleden had het zo’n goed idee geleken, hij zag een zwaluw vliegen en moest gelijk aan haar denken. Er was goed nieuws en het brandde op zijn tong om verteld te worden. Vijftien minuten en een fietstocht terug, was hij er zeker van geweest dat dit bij Fine moest, maar nu? (meer…)



