feb
08
2009

Bericht (over Fine)

Op de veranda zat ze, zonnestralen streelden haar gezicht, leken haar de tuin in te willen lokken. Geurende kruiden nodigden uit om hen te bewonderen, gebruiken. Maar ze bleef, met gesloten ogen, zitten.

“Kom maar verder, ik weet dat je er bent” een glimlach om haar lippen.

Schuifelende voetjes kwamen langzaam dichterbij.

“Mama zei dat ik niet hier mocht komen”
“Waarom kom je dan toch”
“Omdat ik denk dat je kunt helpen”

Ze opende haar ogen, zo groen dat je het gevoel kreeg naar het late lenteplafond van een bos keek, alsof je in een met flora omringde waterval stond, fris, groen en in allerlei tinten. Je kon jezelf erin koesteren, uitgenodigd door de kalme warmte in haar blik.

Aangemoedigd door haar openhartige, vriendelijke uitstraling, nam Stefan de laatste sprong en belandde op de veranda van Fine. Hij keek naar de houten vloer, telde de noesten, wachtte.

Fine keek naar haar buurjongentje, vijf jaar, en ze wist waarom hij kwam. Toch verbaasde het haar dat hij die de stap durfde te zetten, ze had hem eigenlijk later verwacht. Zijn blonde krullen werden opgelicht door de zon, nog steeds staarde hij naar de ruwe planken, handjes diep in zijn zakken, schoudertjes hoog opgetrokken.

De oude vrouw opende haar armen.

Dat was het enige wat Stefan nodig had. Hij keek op, betraande ogen, strekte zijn armen uit en zocht beschutting in de hare. Klom bijna in haar toen hij merkte dat ze hem helemaal toestond en huilde stil, intens, zijn adem snikkend, lijfje schokkend. Fine zei niets, hield hem alleen stevig vast, af en toe zachtjes onverstaanbare woordjes murmelend in een troostende boodschap. Onverstaanbaar, maar zo begrepen.

Zijn verdriet trok weg door haar. Ze voelde een tinteling van kou in haar lijf, voelde de angst voor het missen.
Stefan zijn moeder was ernstig ziek. Ze lag al de hele lente en een halve zomer, op een bed in de voorkamer. Het grote raam daar gaf het mooiste zicht op de rijkelijk gekleurde bloementuin. Ze had niet meer de kracht om eruit te komen om er van dichtbij van te genieten. Ze zou die kracht ook niet meer krijgen. Fine wist dat Stefan hoopte dat zij zijn moeder weer beter kon maken. Dat was de hulp waar hij naar zocht, maar dat kon ze niet. Hoe graag wilde ze dat ze die gave had, maar het was onmogelijk, sommige dingen zijn onomkeerbaar.
Haar hulp aan Stefan, zou niet bestaan uit het genezen van zijn moeder, maar uit het helen van zijn al zo jong beschadigde hart. Vandaag was ze begonnen.

“Fine?”

Ze glimlachte, en keek in donkerblauwe, nog natte ogen. Het was fijn om haar naam te horen door zijn stem. Fris en zo veel oprechter dan het burengefluister.

“Ja Stefan”
“Je kan haar niet beter maken hè? “
“Nee lieverd”
“Mag ik toch nog een keer komen?”
“Wanneer en zo vaak je maar wilt”

Fine keek over zijn krullen de tuin in. Haar ogen lichtten op. Ze floot zachtjes. Stefan keek haar aan en volgde haar blik. Op de ballustrade van de veranda zat een zwaluw. Kraalzwart ontmoette natblauw.

Stefan moest lachen, Fine knikte.

Huppelend ging hij terug naar huis. Boven springend blond, zwierde glanzend zwart wit.
Fine keek hen na, glimlachend.
Ze wist dat de zwaluw kwam vertellen dat het goed ging met het meisje uit haar dromen, hij bracht de zon als boodschap. Ze voelde nu al de bijzondere gloed. De zwaluw was niet geheel uit zichzelf gekomen, kleine Fine had hem zelf gestuurd.

Reageren? »

RSS feed for comments on this post. TrackBack URL


Leave a Reply

© 2009 - 2010 AtEllens.nl | Powered by WordPress | Theme: Aeros 2.0 by TheBuckmaker.com