Hij heeft het weer. Ik huiver bij het horen van de klanken die zijn gemoedstoestand verraden. Met een diepe zucht probeer ik me weer te concentreren op de termen die ik morgen toch echt zou moeten kunnen dromen. Het tentamen is over minder dan 24 uur en hangt als het donkere zwaard van Damocles boven mijn hoofd. Ik beheers de stof nog niet voldoende en ik ben bang dat als de herrie van hem zo door gaat, het ook nooit wat gaat worden.
Het leek me zo heerlijk, na strak in de pas gelopen te hebben in het dorp waar ik geboren en opgegroeid was, nu eindelijk eens los te kunnen. Een studentenkamer in de stad waar ik ging studeren was redelijk snel gevonden. Sneller dan ik dacht gezien de wachttijden. Schijnbaar had ik geluk en sprong ik precies op de juiste tijd in. Ik viel onmiddellijk voor de kamer, een aangepaste zolder van een oud herenhuis, aan een groene laan met er tegenover even hoge huizen. Ik kwam er niet zomaar in. Eerst moest ik voor een soort ballotagecommissie, bestaande uit twee meiden en een jongen. De eigenaar van het pand was de vader van een van de dames, dat was de reden dat hij ze de keus gaf. Aanbod van nieuwe studenten was er genoeg, dus hij twijfelde er niet aan dat de lege kamer zo weer opgevuld zou zijn en hij was er van overtuigd dat zijn dochter een nette student zou aannemen. Amerikaans vond ik het, maar was evengoed blij dat ik beviel en intrek mocht nemen in de vrije en voor studentenbegrippen ruime, zolderkamer. Mijn eerste stap naar het leven waar ik zo nieuwsgierig naar was, was gezet.
De trage bas en de mineur akkoorden van Dinant zijn muziek maken me melancholiek, leiden me te veel af van mijn studieboeken. De gelezen woorden dwarrelen met de noten mijn hoofd weer uit. Ik sta op en loop over het licht kriebelende, zachte tapijt naar mijn koelkastje. Ik schenk me een glas koude rosé in en loop naar het langwerpige raam dat bijna tot aan de nok gaat en op kniehoogte met een brede vensterbank ervoor eindigt. Ik gooi het open en kijk naar buiten. De warmte van de dag kruipt langs me naar binnen. Ik stap op de vensterbank en ga zitten. De bijna zomerzon, die in de namiddag net tussen twee huizenblokken doortuurt, streelt over mijn benen die ik naar buiten heb gezwengeld en bij de gevel naar beneden laat bungelen. De muziek van Dinant wordt nu aangevuld met de typische stadsgeluiden, een eeuwig geroezemoes van auto’s, voetgangers en vogels, af en toe schril doorbroken door een sirene. Ik voel de kracht van de zon op mijn blote huid, trek mijn rok nog wat verder op, om haar stralen de kans te geven mijn nog lichte lijf zoveel mogelijk te kleuren. De bandjes van mijn hemdje trek ik van mijn schouders en ik steek mijn neus in de lucht.
Zo zat ik toen ook, nu al weer een jaar geleden. “Niet springen!” Werd er ineens gegild. “Het leven is te mooi! Je houdt toch ook van de zon en de liefde?” Verbaasd keek ik naar de donkere krullen van Dinant, die vanaf het balkon onder me, met wijd opengesperde ogen en zijn armen naar mij gericht, naar boven keek. Zijn kamer was de ruimste, hij betaalde dan ook het meest en hij kon genieten van een klein Frans balkonnetje. Ik stotterde “Maar, maar, ik wilde helemaal niet,”. “Kom vrij met me!“, onderbrak hij mijn gestuntel , zijn ogen nu iets toegeknepen, zijn mond in een heerlijke glimlach. De opmerking maakte mij aan het lachen, het was Dinant ten voeten uit. Vaak had hij meiden over de vloer. Sommige wat vaker dan eenmaal, anderen slechts voor een nacht. Hij was ook zeker niet onaantrekkelijk, had een aanstekelijk enthousiasme en wond iedereen om zijn vinger. Ook ik had een zwak voor hem, maar ik had me vanaf zijn eerste avances al voorgenomen niet de zoveelste studente te worden die hij kon schaken. Nog grijnzend om zijn opmerking keek ik weer naar beneden, hij was echter weer naar binnen gegaan. Ik vermoedde dat hij was ontmoedigd door mijn lach, zo had ik hem wel vaker afgewimpeld, meestal enigszins in ongeloof omdat hij het weer probeerde. Toen ik me naar achter liet zakken om uit de vensterbank te klimmen voelde ik ineens twee handen om mijn middel. Met een gilletje van schrik viel ik achterover, tegen Dinant, die, door me stevig vast te houden, voorkwam dat ik met mijn billen op het tapijt zou belanden. Samen zakten we door naar de grond en landde ik redelijk zacht in zijn omhelzing. “Ik heb je gered.” fluisterde hij “Nu hoor je je leven lang bij me” Weer moest ik vreselijk lachen “Dinant! Je kijkt te veel films!” Maar toen ik hem aankeek en zijn lippen vlak bij de mijne voelde, verzwakte mijn lach en werd het verdrongen voor een zucht in een reactie op onze eerste zoen.
De bluesmuziek van Dinant zwelt aan, waaruit ik begrijp dat hij de deuren van zijn balkon open heeft gezet. Ondanks mezelf en mijn ergernis over de muziek, wil ik kijken of hij er staat. Met mijn handen naast mijn benen en leun ik iets naar voren. Mijn lange haar belemmert me echter het zicht, de lange lok kriebelt over mijn neus en wang, ik probeer het met een paar keer blazen uit mijn gezicht te laten waaien, maar dat mislukt. Ik hoor wat gestommel onder me en buig nog wat verder voorover. “Dinant? “ Met mijn linkerhand strijk ik de weerbarstige lok uit mijn gezicht en gil ik van schrik.
De zoen was perfect, ik vergat de wereld, vergat mijn voornemen me niet door hem te laten verleiden, vergat mezelf. Een maand lang leefde ik in een roes. Maar het was te hevig, ik verloor mijzelf in hem. Het benauwde zowel mij als hem, dat zag ik en ik zette er, na een perfecte avond en nacht een punt achter, vroeg hem om als vrienden verder te gaan. Het deed verschrikkelijk zeer, maar ik kon me nog niet zo laten verzwelgen in een liefde als ikzelf nog maar amper geliefd had. Ik wilde weten wat er nog meer was. Sindsdien had Dinant van die momenten, draaide hij blues, zware tonen drongen dan door zijn plafond mijn kamer in. Ook ik leed, mistte hem, intens, maar stil.
We gingen door, zochten nieuwe liefdes, deelden het bed met anderen. Maar de anderen konden niet tegen hem op, zeiden me niks en ik tolereerde ze maar voor een nacht. Net zoals zijn vrouwen altijd weer vroeg vertrokken. Eennachtsvliegen. De vriendschap die we eerst hadden kwam in de verdrukking door het gevoel van gemis naar wat we hadden.
En we hadden de wereld.
“Niet springen!” mijn stem slaat over. De warmte van de zon wordt verjaagd door een koude paniekgolf die me overspoelt. Terwijl mijn hart een aantal slagen overslaat en benauwend beklemd voelt. Nog nooit eerder heb ik zo’n angst ervaren, gierend weet ik een teug lucht naar mijn longen te trekken. Dinant zit op de gietijzeren rand van zijn balkon zijn benen bungelend, besluiteloos. Zijn bovenlijf wiegt zachtjes mee op de gitaarklanken. En dan, terwijl ik vanuit de vensterbank naar binnen klim en voordat ik naar beneden rennen wil, nog eenmaal kijk of hij er nog zit, weet ik wat ik moet roepen om hem tegen te houden. Plotseling diep bewust van mijn liefde voor hem, schreeuw ik, terwijl de tranen over mijn wangen lopen en mijn stem schril klinkt van schrik, “Het leven is te mooi! Jij houdt toch ook van de zon en de liefde?”
Dinant kijkt omhoog. Hij ziet haar benen verdwijnen en haar rossige krullen weer verschijnen en hij hoort haar roepen. Als hij opkijkt voelt hij een druppel op zijn gezicht, zoutig, van haar weet hij. Hij wil wat zeggen, maar kan alleen maar stamelen. Ze begrijpt hem verkeerd beseft hij. Hij wil zich zo voelen als zij wanneer ze op haar vensterbank zit. Vrij, kalm. Hij wil háár, nog steeds, maar hij had haar de ruimte gegeven. Hij schudt met zijn hoofd. “Ik hou van” hij kijkt weer op, ze is naar binnen.
“Kom vrij met me” klinkt vlak achter je, mijn handen om je middel. Hardhandig trek ik je van de balustrade af naar binnen. We landen op jouw houten vloer. De muziek springt, door de dreun, over. Still got the blues, valt stil.
“Ik heb je gered”, fluister ik, “Nu hoor je je leven lang bij me”.
Tranen worden verdrongen door een zucht, vergeten in onze zoen.





hij is weer mooi, Ellen, waarom zolang gewacht?
Dit had je best wat eerder aan de buitenwereld mogen tonen. Wat een intens liefdevol verhaal.
De echte en pure liefde spat ervan af! Toppertje!
Wauw, Ellen! Móói, I like!!
Ik voel de zon door het raam.
Met ingehouden adem, las ik deze tekst. Wauw wat mooi verwoord meid. Stiekem wil ik meer lezen over Dinant……Ik voel de liefde/passie en voel de warmte van de zon.