“Het verre geknars van treinwielen doorbrak de stilte op het perron. Tussen twee koffers stond een jonge vrouw, ineengedoken. De kou vormde rode plekken op haar wangen. Af en toe keek ze ongeduldig om zich heen, angstig bijna. Langzaam kwam de binnenkomende trein tot stilstand, deuren gingen open en enkele haastige voeten lieten lichte afdrukken na in de dunne witte laag op de perrontegels. De vrouw tilde haar koffers op en stapte in.”
Hij zag haar instappen. Ze was een van de eersten. De kou, feller in de schemering, gloeide door zijn kleding. In zijn jaszak zat één euro, genoeg voor één kop koffie.
Hij vertrok van zijn vaste plek. Waar de glazen pui beschermde tegen de koude noordooster en de rookpaal zo dichtbij was dat hij op zijn bankje kon roken. Floris liep voor hem uit. Elke dag naar dezelfde kiosk was al zo ingesleten dat hij geen leiding nodig had. Oh, hij droeg wel een riem hoor, de spoorwegpolitie was niet zo dol op loslopende honden, maar Floris was eigen baas, hij droeg de riem in zijn bek.
Carla zag hen aankomen. Ze waren vroeg voor de koffie vandaag, het was dan ook bitter koud. Snel haalde ze een reclamekarton onder haar balie vandaan.
De aanbieding, twee koffie voor de prijs van één gold alleen voor Hein. Hij wist dat niet, maar zodra het vroor, gold de actie.
Hein zag het bordje. Dat moest ze niet te vaak doen, het zou haar de das omdoen. Maar voor vandaag was het wel lekker, hij beloofde dat hij rond de middag de tweede zou halen. Ze gaf nog een koekje, over de datum, maar prima voor Floris.
Hein ging weer op zijn bankje zitten. De koffie warmde zijn vingers. Zijn handen konden steeds minder goed tegen de kou. Maar een shaggie draaien ging nog.
Toen zag hij haar weer. De vrouw die net was ingestapt. Ze stond weer op het perron, in de volle wind.
“Die spoort niet,” zei hij tegen Floris, “of zou ze zich vergist hebben? Ik zal haar eens vragen of ze hulp nodig heeft. Kom Floris! Nee! Nu niet springen! Ze zou er van schrikken”
Ze huilde.
“Nou nou, zo erg kan het toch niet zijn” bromde hij, “heeft u hulp nodig?“
“Nee, nee, dank u, het gaat wel.” Haar stem klonk hoog.
“Ik ken de perrons hier, eigenlijk ben ik een wandelend spoorboekje, dus ik kan u zo vertellen waar u in moet stappen als u zegt waar u heen wilt.” Hij rommelde wat in zijn zak en vond wonderwel een wat verfomfaaid pakje met papieren zakdoeken.
“Handig om bij je te hebben, niks is vervelender dan loopneuzen. Hier, neem eentje.”
Met haar blik op haar voeten gericht nam ze het zakdoekje aan. Keurig gemanicuurde handen, naast zijn grote verweerde knuisten.
Hij wachtte tot ze klaar was met haar neus snuiten
“Bedankt” Ze leek rustiger, haar stem was zacht.
“Zo, vertelt u dan nu eens waar u naar toe moet, dan wijs ik het juiste perron”
“Ik wilde weg, gewoon weg”
Floris’ kop lag onder haar hand, ze aaide hem, zonder dat ze het zelf in de gaten had. Hein keek fronsend naar haar bleke gezicht.
“Weg?”
“Ja, weg.”
“Waarheen?”
“Maakt me niet uit, gewoon weg.”
“Maar waarom bent u dan uitgestapt?”
“Ik twijfelde.”
Hein keek naar de jonge vrouw, ze had de leeftijd van zijn dochter. Zijn dochter studeerde. Dat wist hij omdat hij haar wekelijks in de trein naar Amsterdam zag stappen. Iets met psychologie, hij had haar in die boeken zien lezen. Ja, hij zag haar elke maandag en vrijdag. Zij zag hem niet. Dwars door zijn jas voelde hij de gure wind, die aantrok en de gevallen vlokken opnieuw de lucht injoeg.
“Kom, ik trakteer u op een bakkie troost en als u weet wat u wilt, zeg ik waar u naar toe moet.”
Ze knikte.
Carla zag Hein aankomen. Gauw pakte ze haar actiebord. Nieuwsgierig keek ze naar de jongedame.
“Carla, ik wil graag die tweede kop koffie, deze jongedame heeft het hard nodig.”
Hoofdschuddend schonk ze twee koppen koffie in. Hein wilde weigeren, maar Carla was onverbiddelijk.
“Luister Hein, jij hebt het ook nodig! Niet zeuren, maar aannemen! Je komt hier al jaren, dit is korting en daar mee basta!!”
“Dat is ook voor het eerst dat je boos op me bent, vooruit dan maar.” grinnikte Hein.
“Zo, ik ben Hein, dat maffe beest die steeds zijn neus in je handen duwt is Floris en dit is Carla, zij zet de lekkerste koffie.”
De geur op snuivend van de verse koffie, fluisterde ze.
“Ik ben Sara, bedankt, allebei”
“Mooi, nu we elkaar kennen, wil ik je uitnodigen op mijn bankje, daar zitten we uit de wind en jaagt het me niet zo de koude rillingen over het lijf”
“En hij wil zijn shaggie draaien nu hij nog warme handen heeft.” schertste Clara.
Op het bankje stelde Hein de vraag.
“Waarom wilde je weg?”
“Ik was het zat.”
“Wat was je zat.”
“Mijn leven.”
“Zo erg kan het toch allemaal niet zijn, Sara, vluchten lost niks op.”
“Heeft u dat ook gedaan? “
“Ja, ik heb het gedaan inderdaad en zie wat ik heb, een bankje, een hond en een kioskdame die voor me zorgt, de rest, de anderen die ik achterliet ben ik kwijt.”
“Waarom?”
“Waarom ik ging bedoel je?”
“Ja.”
“Omdat ik geen sorry kon zeggen voor het nooit thuis zijn, voor het verdrinken van ons geld, voor de ellende die ik aanrichtte. Ik kon geen sorry zeggen, omdat ik het mezelf niet kon vergeven.”
“En nu?”
“Nu wel.”
“Waarom vlucht u dan nog steeds?”
“…”
“U heeft gelijk Hein, zo erg was het niet.”
“Ga dan naar huis!”
“Ja.”
“Echt?”
“Ja Hein, op een voorwaarde.”
“En die is?”
“Laat mij u helpen ook weer thuis te komen.”
Vrijdagavond 19.33 uur, de trein komt tot stilstand op een bijna leeg station.
Een man en zijn hond staan op het perron voor de trein vanuit Amsterdam. Een jonge vrouw met twee koffers staat naast hem. Sneeuwvlokken, opgejaagd door de rijwind van de trein dwarrelen om hen heen.
De jongedame wenkt een studente uit de trein. Ze staat stil en ziet de man, ze pakt zijn uitgestoken handen. De hond duwt zijn snuit ertussen, ze aaien hem, zonder het zelf te merken.
De jonge vrouw pakt haar koffers en laat de twee alleen, een spoor achterlatend in de witte laag op de perrontegels.
Dit verhaal is samen met 24 andere winterverhalen opgenomen in een E-book De 25 bste winterverhalen





Jeetje Ellen,
Het is niet gek dat jouw verhaal gepubliceerd wordt. Super!
Ellen, met recht ben je uitgekozen meid, wat een prachtverhaal.
Van harte gefeliciteerd met deze publicatie! Daar kun je trots op zijn. Een prachtig verhaal. Romantisch en toch niet té sentimenteel, heel fijntjes!
Mooi koud verhaal al ben ik nu wel aan een warm bakkie van de kioskdame toe.
Wat kan het lelijk tochten op zo’n perron.
wat een prachtig verhaal
Mooi verhaal!
Mooi verhaal Miss E!
hé lief dinnetje, wat een superverhaal…
met genoegen gelezen
ik had hier toch op gereageerd? Of was dat op hyves? Mooi verhaal Ellen, terecht verkozen.
Niceeee. Echt zo’n ‘feel-good-kerstverhaal’. Oh sorry, winterverhaal!