apr
17
2010

Hun dag.

Wat was het een heerlijke dag geweest.
Warm diep en intens, samen hadden ze gelopen, gepraat, elkaars gezelschap geabsorbeerd. Ze waren samen. Meer dan ooit.

Ze dronk zijn woorden, zijn zachte aanrakingen. Verloor zich in de liefdevolle blik in zijn sprankelend blauw en in zijn heerlijke glimlach waarmee hij al bij de eerste ontmoeting haar hart stal en dat nog steeds deed.
Hij nam haar keer op keer weer diep in zich op. Haar half lange haren, dansend op de wind, de mooie glans in haar ogen als ze naar hem keek, de lach die zich niet tot haar prachtige mond beperkte maar zich uitte door haar hele warme zachte lijf. Hij vond het heerlijk om alleen al naar haar te kijken. Altijd in beweging, haar woorden kracht bijzettend met haar handen en mimiek. Soms keek hij alleen en kon hij door te zien haar woorden verstaan. En dan kon ze plotseling om zijn nek vallen en hem diep en warm zoenen. Hun genot van het samenzijn naar lustige gevoelens omzettend. Het lukte haar telkens weer, ze vertrouwde daarop, hij ook.

De zonsondergang in prachtig lilapaars, trok een gloeiend lichtpad over een kalme zee. Eindigde aan hun voeten, tekende hun silhouet als één.

Via de vloedlijn liepen ze terug naar de parkeerplaats. Hand in hand. Zwijgend. Ze lieten het spreken aan hun lichamen over. Strelingen, kusjes, zuchtjes begeleiden hun onderweg naar hun auto. In de auto werden de strelingen intenser, ze moest lachen toen hij met trillende handen de sleutels draaide om de auto te starten en zich verontschuldigde voor het niet meer zo lenig zijn als vroeger, toen ze als twintigers en bij gebrek aan een eigen huisje nog de auto als vrijplaats voor hun intieme momenten hadden gebruikt.

Eenmaal thuis kropen ze op de bank een friszoete rosé in hun glas, alleen oog voor elkaar. Ze was, als altijd in zijn kommetje van sterke armen gekropen. Zijn handen verkenden haar gezicht. De kraaiepootjes als waaiertje van geluk naast haar ogen, haar nog immer zachte volle lippen. Zijn duim gleed zachtjes over haar onderlip. Zuchtend liet ze zich verleiden door de strelingen, zo klein, zo liefdevol. Hun lijven trokken naar elkaar toe, monden lieten niet meer los, behalve toen ze van de bank afvielen en ze lachend achter elkaar aan rennend de slaapkamer opzochten.

Hun liefdesspel warm, zacht, traag en in volledig vertrouwen en overgave. Hun wereld kromp in tot slechts elkaars ogen, elkaars aanmoedigingen, tot elkaar. En spatte uiteen in totale liefde voor elkaar.

Nog in elkaar verweven dreven ze samen terug naar de wereld, hun wereld. Hun strelingen nu bewonderend, kalmerend, ze liet haar wijsvinger de brug van zijn neus glijden, plantte een kus op het puntje ervan.

Ze keek naar de fotolijstjes boven op de meidenkast. Foto’s van hun eerste vakantie, hun eerste autootjes waar hij trots naast stond. De babyfoto’s van hun kinderen, de foto’s van de schoolfotograaf. Ze waren uit logeren. Hij volgde haar blik, terwijl hij met een vinger zachtjes de lijn van haar nek volgde en een kus op haar schouder drukte. Hij richtte zich iets op en gaf haar de telefoon, “Bel ze maar, ze slapen vast nog niet”.

Ze sliepen nog niet, lagen al wel in bed en toen ze klaar was met het slaapliedje en na telefoonlijnkussen ophing, keek ze om. Haar slaapliedje was effectief geweest aan beide kanten van de lijn. Voorzichtig kroop ze naast hem, koesterde ze zich in zijn warmte en de herinnering van de dag werd voorzichtig opgeborgen, meegenomen in haar dromen. De glimlach om haar lippen toen hij, tóch nog wakker, zachtjes fluisterde “Morgen zijn we weer met zijn vieren lief, slaap lekker…..”. En was hij het die haar in slaap neuriede.

2 reacties »

RSS feed for comments on this post. TrackBack URL


Leave a Reply

© 2009 - 2010 AtEllens.nl | Powered by WordPress | Theme: Aeros 2.0 by TheBuckmaker.com