okt
18
2009

Kubus

In de pan dansen vierkante aardappels als bleke kubusjes op de bellen van het kokend water. Schillen was al nooit zijn sterkste kant. Ze weet dat hij het zout is vergeten. Snel en vaardig laat ze via haar hand een snufje in de pan vallen. Zonder dat hij iets merkt van haar bemoeienis.

“Ik kook voor je vandaag”, zei hij vanmiddag. “De hulp heeft uitgelegd hoe het moet, de kinderen zijn bij mijn ouders, het is nu eindelijk eens weer met ons twee-en. Jij en ik. We doen de haard aan en nemen een glas wijn, dat kan toch? Een glas wijn? Weet je wat ik ga maken? Dat wat we samen in de Mensa aten, voor het eerst samen weet je nog?”

Studenten waren ze, na een middag blokken, nam hij haar mee uit. Eerst eten, in de mensa, ze gaven hun geld liever aan een barman dan aan een ober. Ze konden kiezen tussen pasta, nasi of boerenkool. Onafhankelijk van elkaar kozen ze boerenkool, ze zouden erna nog stevig stappen, de café’s aan de Grote Markt en het danscafé in de Poelestraat lonkten.

In de pan ernaast pruttelt de boerenkool, ook daar een snufje bij. Hij komt de keuken in, terug van het hout halen een frisse herfstlucht meenemend. “Ben je me aan het controleren?” Hij pakt haar hand draait het voorzichtig om en laat zijn tong zacht over de gevoelige binnenkant glijden. Een natte streling ze kan een kleine rilling niet onderdrukken. Hij proeft en glimlacht.

“Ik was inderdaad het zout vergeten. Ga zitten lief, de haard is aan, het kleed is zacht, de kaarsjes branden, ik roer hier even, dan kom ik je een glas Barolo brengen. Ik heb hem bewaard voor een bijzondere avond.”

Zijn ogen schitteren, rode wijn, hij weet wat het met haar doet. Haar wangen kleuren, blosjes ook op haar lijf, ze wordt er zacht en ontvankelijk van. Ze weet het zelf ook en glimlacht verleidelijk als ze het rood flonkerende kristallen glas van hem aanpakt. Hij drukt een zachte zoen in haar hals. Ze geurt naar vanille en amandel. Langzaam drukt hij haar verder op het kleed. Glazen worden op het parket gezet. Voorzichtig neemt hij haar mond in bezit met de zijne. Tongen worstelen een teder gevecht, zonder ambitie om te winnen. Haar zuchtjes opwindend. Zijn handen glijden langs haar zachte heupen omhoog, langs haar ribbenkast. Hij voelt hoe ze verstijft. Ze verbreekt de kus. Met tranen in haar ogen, bijtend op haar onderlip kijkt ze hem aan. “Sorry” zegt ze “Sorry”

Positief. De uitslag is positief. Wat een domme benaming voor iets wat niet negatiever kan zijn. Het is kanker. De behandeling moest snel, uitzaaiingen te talrijk er moest geopereerd. Een strijd, een ziekbed, haren weg, borst weg, maar het leven bleef.

Hij ziet hoe ze weer in zichzelf verdwaald, weet dat ze alleen wil zijn.
“Ik ga even naar het eten kijken” zegt hij schor, emotie kleeft aan zijn stem. “ en zeg alsjeblieft geen sorry, lief. Zeg alles, schreeuw, gil, huil, maar geen sorry”. Zijn mooie vrouw, net schoon verklaard laat hij achter. Hij staart naar de aardappels in de pan ze dansen niet meer, het water is bijna weggekookt. Dan staat ze achter hem. “Ze lijken op mij” zegt ze kijkend naar de aardappels, “Net als ik plat geschild. Vierkant, hun ronding is weg.”

“Lieverd toch.” Hij draait zich naar haar toe. “Voor mij was en ben je de mooiste vrouw op de wereld. Ik ben zo blij dat ik je nog mag vasthouden. Dat ik nog een stampot voor je kan koken. Dat ik de blosjes op je wangen mag zien als je rode wijn drinkt, jouw geur in je het kuilje onder je hals mag ruiken. Ik wil je juist nog liever liefhebben omdát het nog kan. Laat me je strelen, ook daar, het hoort bij je, het laat zien hoe sterk je bent!”

Hij pakt haar handen drukt er kusjes in. Knabbelt op haar vinger, ze trekt ze niet terug. Als hij op kijkt ziet hij de glans in haar ogen, niet van tranen, maar van liefde en lust.
“Weet je het zeker?” fluistert ze. Onzekerheid vlamt nog eenmaal op in het diepe blauw.

Hij laat een duim over haar onderlip glijden.

“Zeker”

Ze reikt langs hem heen en draait het gas dicht, vlammen doven. “Die hebben geen vuur meer nodig. Ik wel, ik ben bang, help je me?”

Overleven van borstkanker is een, maar omgaan met het gewonnen leven erna is iets anders. Ook daar moet aandacht aan besteed worden. Niet alleen onderzoeken voor genezing zijn belangrijk, maar ook onderzoeken naar het leven erna. Nazorg hoe om te gaan met het missen, met de veranderingen. Onderzoeken naar plastiche chirurgie, naar tepelreconstructie en bekostigen van opleidingen daarvoor. Het is logisch dat de nadruk op genezen ligt, maar de strijd na de overwinning mag niet vergeten worden.

Reageren? »

RSS feed for comments on this post. TrackBack URL


Leave a Reply

© 2009 - 2010 AtEllens.nl | Powered by WordPress | Theme: Aeros 2.0 by TheBuckmaker.com