Ellen van der Molen-Kiel in samenwerking met De Stoop
Het is als in het nummer van Bon Jovi, living on a prayer.
Beide werken we keihard om de eindjes aan elkaar vast te knopen.
Het grote verschil met het romantische rockliedje is, dat wij elkaar al heel lang geen lieve woordjes meer hebben toegefluisterd.
Jarenlange geldzorgen gaan in je relatie zitten, klemmen je hart vast en stompen af.
Mijn ogen glanzen allang niet meer zoals bij onze eerst gewisselde blik en zijn stoere baardje is nu onverzorgd.
Ik loop het kleine keukentje in. Vroeger had ik hier, altijd zingend, met plezier eten staan bereiden. Met het weinige wat we hadden, wist ik toch altijd wat lekkers te maken. Ik zei dan altijd:
‘Het belangrijkste ingredient is liefde, dat maakt het zoeter dan zoet, laat het smelten op je tong en geeft je dat vervulde gevoel.’
Ik trek een blikje tonijn open, de zoveelste deze week, ze waren in de aanbieding, net zoals de tomaten. De pasta van gister warm ik maar weer op.
Tranen druppen op het stel, lossen sissend op in de hitte van de blauwe vlammen.
‘Wat doen we toch fout, ik wil niet meer, ik kan niet meer.’
Ik kijk naar de pannen en blaas het vuur eronder uit.
Handschuddend nemen we afscheid. Eindelijk gelukt! Nu snel naar huis om het heuglijke nieuws te vertellen. Wat zal ze trots op me zijn.
Opgelucht en vreugdevol stap ik op mijn gammele fiets. Een oud en verroest barrel met bagagedrager aan de voorkant. Snel kijk ik nog even om en zie de eigenaar van het Teatro La Fenice vriendelijk naar mij wenken. Ik wenk terug maar of hij dat ziet betwijfel ik. Het was een goed gesprek, godzijdank.
Als een bezetene scheur ik door het dichte web van steegjes en over smalle bruggetjes die deze drijvende stad op een geromantiseerde manier bij elkaar weten te houden. Ik bel, zwaai en schreeuw naar de Venitiaanze roeiers en zijn toeristen. Vanuit hun gondels wuiven ze terug, het lijkt wel of ze voor me applaudisseren.
Het begon zes jaar geleden. Ik stond vooraan leunend tegen een hek op het Piazzo San Marco. Bon Jovi stond op het punt te beginnen met hun concert, toen zij zich ineens over me heen boog. Ik rook haar zoete lichaamsgeur en de rosé die zij zojuist had gedronken. Ik zocht naar iets interessants om te zeggen, maar mijn keel vernauwde zich, zodat er alleen een armoedig piepje uit mijn mond ontsnapte. Haar glanzende ogen straalden liefde en passie uit alsof ze alles al begreep.
Ik ben verslaafd aan haar. Aan haar bruin getinte lijf en haar hese, warme stem. Als zij lacht, lacht iedereen, als zij danst, danst iedereen. Ik adoreer haar.
Terwijl drummer Torres inzette drukte ze plompverloren haar lippen tegen de mijne. Een aangename overrompeling die proefde naar rosé maar bovenal naar meer. We zoenden heftig en de muziek begon te galmen en echode gevoelsmatig als achtergrondgeluid. De menigte om ons heen vervaagde en even leek het alsof we alleen nog maar met zijn tweetjes waren. Mijn handen gingen van haar rug naar haar heupen, van haar heupen naar haar billen.
Ik open mijn ogen. We staan in onze kleine maar knusse keukentje. Ik leg mijn handen tegen haar wangen en veeg met mijn duimen haar tranen weg. Ik pak haar hand vast en vouw teder haar vingers om het knopje van het fornuis. Het snerpende geluid van ontstekende vlammetjes blaast onze gesuste liefde weer nieuw leven in. Het is nog niet te laat, hoop ik. Ik hoop dat zij hetzelfde denkt.




