mrt
29
2009

Loslaten (Fine, 11)

Anna zat in haar studio. Het was niet heel groot maar voor haar ruim voldoende. Zeb had het voor haar gemaakt zodat ze thuis kon werken.
Het was een heerlijk ruimte licht, helder en open. Er was een hoekje met fijne stoelen en een tafeltje waar ze met klanten kon zitten. Een mooi groot buroblad voor haar apparatuur en in een klein kamertje ernaast stonden haar printers.

Ze was foto’s aan het uitzoeken. Voor een nieuwe expositie in de stad wilde ze het meer als hoofdthema gebruiken. Ze zocht in haar bestand naar oude foto’s die ze had, ze waren er vaak geweest met zijn drieën. En ook met de famillie Rosso. Zij waren het die hen er voor het eerst mee naar toe hadden genomen.

Het meer was bijzonder. Het kon schitterend stralen terugkaatsen naar de zon, het kon woest schuimkoppen opgooien naar de wind, maar het kon ook groots en kalm, als parelmoeren kwikzilver, een diepe rust uitstralen.

Anne had zich betoverd gevoeld door het meer, ze had de beelden bijna gedronken en was verdronken in een overweldigende verwondering van zijn mystieke kracht en vloeibare kleuren. Ook Fine had zich letterlijk laten opnemen door het meer. Met gespreidde armen was ze het water ingelopen. Een brullende Zeb achter haar aan, ze moest nog bandjes om. Fine had verbaasd toegekeken hoe hij de oranje ballonnetjes om haar armen had geschoven. Met een vrolijke lach had ze als peuter toen al duidelijk weten te maken dat ze in dit meer altijd zou blijven drijven.

Nu ze wat ouder was vertelde ze wel eens dat het voelde alsof het meer haar op handen droeg. Ze hoefde geen moeite te doen om te drijven, ze hoefde alleen maar te gaan liggen en het meer duwde haar hoog genoeg om heerlijk te dobberen.

Anna’s ogen lichtten op toen ze de foto van haar meisje vond, een waterelfje. Haar lange haren als een krans drijvend en golvend, het wateroppervlak doorbrekend. Ogen gesloten, een lome glimlach op haar roze lippen, gespreidde armpjes. Ze was volledig ontspannen en het leek inderdaad of het meer haar liet zweven, alsof ze op een flexibele spiegel in glanzende blauwtonen lag te slapen, met het zachte zonlicht als deken.

Een foto van Zeb was een volgende, natte parels nog op zijn gezicht, een close up. Zijn bik zo warm dat de foto het niet kon breken. Liefde. Ze wist dat hij zielsveel van hen beiden hield. Ze wist dat hij hen nooit opzettenlijk zou kwetsen, al die tijd was hij er geweest voor haar, voor Fine. Ze had zo op hem gerekend. Maar nu moest zij er voor hem zijn, ze had een kleine verandering gezien in hem. Al een tijdje voelde ze zijn onrust, maar hij had nog niets gezegd.

Vandaag zou ze met hem gaan praten. Hij moest weten dat hij kon gaan. Ze wist niet of hij terug zou komen, ze had geen idee wat hem dwars zat, waar de spanning in zijn lijf vandaan kwam, maar ze kon hem niet hier vastpinnen. Ze wist dat hem dat zou breken. Dat zou ze zichzelf nooit vergeven. Ze moest er voor hem zijn, juist door hem afstand te gunnen.

Haar handen gleden over het beeldscherm, volgden de lijnen van zijn gezicht. Over zijn neus, langs zijn lippen. Op haar vingers legde ze haar zoen, bracht het over op het scherm. Het voelde alsof haar vingertoppen brandden, ze wilde hem zo graag vasthouden, maar ze wist dat vastleggen alleen in beeld mocht. Mensen moeten vrij zijn, haar liefde zou zich vrijelijk moeten kunnen bewegen, in en uit haar leven, in en uit haar beschermende warmte. Haar hart zette zich open, ze wilde dat hij erin zou blijven, maar ze wist dat hij er uit zou stappen. Het enige wat ze kon hopen was dat hij de deur naar binnen weer zou vinden.

Anna stond op, de stoel rolde een eind van haar vandaan. Het donkere, matte toetsenbord had glanzende vlekjes.

Reageren? »

RSS feed for comments on this post. TrackBack URL


Leave a Reply

© 2009 - 2010 AtEllens.nl | Powered by WordPress | Theme: Aeros 2.0 by TheBuckmaker.com