mrt
22
2009

Marcello (Fine)

Fine keek al een tijdje. Elke keer als hij zijn hoofd optilde en zijn blik over het plein liet gaan trof hij haar blik. Dan keek hij snel naar de grond, voelde hoe zijn gezicht warm werd. Omdat hij wist dat dit zichtbaar werd in rode vlekken, voelde hij uiteindelijk ook de randjes van zijn oren prikkelden.

Na hun vechtpartij, waarbij ze hulp had gehad van Renzo en Leandro en hij zich uiteindelijk gewonnen moest geven ook al was hij met nog vier vriendjes, had hij haar gemeden. Niet omdat hij bang was voor de onverwachtte felheid waarmee ze zichzelf had verdedigd, maar vanwege de woorden die ze had gezegd.

Ze was voor die schermutseling naar hem toe gekomen. Ze had zijn hand gepakt en had hem aangekeken. Hij had er een fladderend kriebelig gevoel van gekregen. Haar handje in de zijne had hem verwarmd en hij had gevoeld hoe dit op was gestegen naar zijn hoofd, duizelig was hij geweest.
Toen zei ze.

“Als je je ooit verdrietig voelt, mag je gerust bij me komen hoor, dan maakt mijn zwaluw je aan het lachen en ik troost ik je wel”

Hij had haar met open mond aangekeken. Ze moest een beetje om hem lachen omdat hij stamelend struikelde over zijn woorden.

“Hoe bedoel, je, ik ben helemaal niet verdrietig”

Daarna was hij degene die moest lachen, ze had hem aangestaard met een diepe rimpel boven haar neusje, haar ogen leken donkerder. Maar toen had ze zijn blik gevangen, hij had niet meer weg kunnen kijken. Benauwd was hij ervan geworden, de vlinderkriebels veranderden in krioelende torren. Hij wilde weg, maar kon alleen wat heen en weer schuifelen.
Haar donkere blik veranderde, hij voelde hoe hij weer losgelaten werd, toch kon hij niet wegvluchten, nu gegrepen door haar woorden.

“Je weet het niet, je mama is ziek, als je verdrietig bent, ben ik er. Zwaluw zal in je buurt blijven, om me te waarschuwen als dat nodig is”

Daarna kon hij loskomen. Bleek en met suizende oren was hij naar zijn vrienden gerend. En toen hij haar later zag, had hij haar, samen met zijn vrienden, uitgescholden. Hij had allemaal nare dingen geroepen en vooral dat zijn moeder helemaal niet ziek was. Gevolgd door de vechtpartij.

Maar nu was alles anders.
Zijn moeder moest gister ineens naar het ziekenhuis. Snikkend had ze gezegd dat ze alles zou doen om weer naar huis te kunnen. Hij had het niet begrepen. Stilletjes stond hij bij de deur. Zijn buurvrouw bleef bij hem, ze kneep in zijn hand en aaide hem steeds over zijn wang. Hij kon niet verstaan wat ze zei en toen hij naar haar keek had hij tranen gezien die ze snel wegveegde toen ze zijn lichtbruine ogen op zich gericht wist.

Buurvrouw had hem naar bed gebracht en vanmorgen was ze er ook, zonder zijn moeder. Toen hij naar school liep, zag hij de zwaluw. Het had gekwetterd en bleef de hele weg naar school boven hem zweven met af een toe een duikvlucht of buiteling makend. Ondanks zijn doffe buikpijn had hij er toch om moeten lachen, dat was het moment dat hij aan Fine dacht.

En nu zag hij haar en voelde hoe ze hem bekeek. Zijn buikpijn werd steeds erger. Zijn ogen prikten. Hij keek om zich heen, speurend naar een rustig plekje, met zijn mouw veegde hij langs zijn neus. Het schoolplein was het vol en lawaaierig. Hij zuchtte, trillend.

Ineens gleed er warmte over zijn schouder, hij keek om. In ultramarijnblauw vond hij kalmerende koelte.

“hoi Marcello”
“hoi Fine”

Reageren? »

RSS feed for comments on this post. TrackBack URL


Leave a Reply

© 2009 - 2010 AtEllens.nl | Powered by WordPress | Theme: Aeros 2.0 by TheBuckmaker.com