Ik sluit mijn ogen en zie
Kastplanken tot aan het plafond, ze omringen me. Voor me de kassa, de winkelier. Zwartgrijze haren, karakterrimpels lijken de lach te bevestigen .
Honing in glazen potten. Schitteren in wel twintig tonen geel, getint met goud, oranje, groen. Als de zon.
Mooie flessen wijn en likeur sieren de planken, karaffen ernaast, eronder glaasjes, klein voor de limoncella, rond en vol voor het rood, hoog en volslank voor het sprankelende goud.
Robuuste flessen in aardegroene tinten olijfolie, hun kleuren neigend naar de nacht of lonkend naar de dag.
Manden op de grond gevuld met zakjes porcini beigegrijs, zakjes gedroogde chillipepers vaalrood en randjes zwart.
Als ik naar achter zou stappen, voorbij de honingwand, zou ik ook nog de uitgestalde salami, de mooi roodwitte pancetta, kazen en verswaren zien liggen. En nog meer hartige verleidingen als olijven en pastasoorten gedroogd en vers, groen, zwart en guldengeel, uitnodigend.
Ik sluit mijn ogen en ruik
Kaasjes zoals, pecorino, parmezaan, ricotta. Hard en zout , romig en zacht.
Het pittigkruidige van salami vermengt met de houtgeur van de plankjes waarvan je mag proeven. Een ziltig vleugje van de gedroogde pancetta.
De prikkelende geuren van rozemarijn, tijm en basillicum, ontspannend en opwekkend, laten je lijf verlangen om het op te nemen in een lange, diepe teug lucht.
Door de openstaande deur, waarin de trotse maar hartelijke winkeldame staat, komt de warme wind naar binnen. Hij draagt de geur van het Umbrische landschap, pijnbomen, zon, met zich mee.
Ik sluit mijn ogen en hoor
Gitaren langzaam, golvend, kalmerend. Een twinkeling. Een warme, lage hese stem.
Ik vraag in nederlands Italiaans, met een vinger wijzend naar het geluid:
È Ligabue?
Si si, Ligabue con ‘buonanotte all Italia.’
Mijn ogen geopend.
Hartje winter, rond het vriespunt.
Ik sluit mijn ogen en hoor, zie en ruik.
Een verwarmende herinnering aan het winkeltje, La Fattoria.




