Het kampvuur knispert gemoedelijk, de vlammen dansen met de wind en de zee ruist zijn mystieke verhalen.
Ik heb mijn handen onder mijn hoofd geslagen. Een bekertje prosecco naast me, ik hoor de belletjes ontsnappen en tinkelend opgaan in de lucht, verleidelijk, uitnodigend om nog een slok te nemen, maar ik ben te loom van een hete dag, die met een schitterende zonsondergang overging in een zoele zomernacht. Net als toen.
Mijn rug gloeide en het randje wat meestal net onder mijn bikinibroekje uitpiepte, voelde een tikje verbrand. Een warme herinnering aan een strandmiddag, waar ik verloren in de tijd, de zon teveel tijd gaf zich tegoed te doen aan nog niet beschenen huid, alles vergetend omdat ik zoende met hem.
Hij, mysterieus, een geweldige danser, een prachtig lijf en een blik die de haartjes in mijn nek liet kriebelen, die mijn lijf liet reageren toen hij met zijn lippen langs die trillende haartjes streek en een tinteling langs mijn ruggengraat veroorzaakte.
De vlammen kleuren haar silhouet, tonen haar en omhullen haar in een krachtige gloed van warme kleuren. Haar jurkje verhult en onthult op de juiste plekken. De schaduwen spelen hun spel en maken haar, ondanks dat ze ligt, dynamisch. Ik kan de hele nacht wel naar haar kijken, net als toen.
Ik zag haar voor het eerst op de dansvloer. Alleen bewoog ze op de klanken van de muziek. Haar ogen half gesloten, mond ontspannen. Ik had haar de hele avond willen bewonderen. Dat hád ik ook gedaan als ze niet ineens haar ogen op mij had gericht en me met een zachte glimlach begroette. Even keek ze naar haar voeten, licht blozend. Toen ze weer opkeek stond ik al vlak voor haar. Zonder een woord te zeggen, onze lijven spraken al, dansten we tot het laatste nummer werd aangekondigd. We bleven niet wachten op het aanspringen van de lichten, vertrokken apart.
De dag erop vond ik haar in de zee. Ze zwom alleen, gaf zich vol vertrouwen over aan de golven, haren los, nat en een onbezorgde lach. Ze herkende me en we doken samen. Onze eerste zoen was zacht, teder, aftastend, zout en nat. En het overstroomde me, overspoelde ons. Hand en hand liepen we terug naar het strand, pas tegen de avond lieten we elkaar weer los.
Ik kijk op en zie hem staan, zijn gezicht opgelicht door de vlammen, zijn zwarte gitaar glanst in gouden tonen. Ik pak het bekertje naast me en hef het op, hij neemt het over en neemt een slok.
“Net als toen lief?” fluistert hij
“Net als toen” knikt ze.
En hij terwijl hij speelt, zingt zij en voegen hun herinneringen van toen samen, de vakantieliefde die zich verdiepte, die hen hun gezamenlijke eeuwigheid gaf.
Ook geplaatst in Het Muziekverhaal




