Bij het verlaten van mijn Umbrië zwieren de zwaluwtjes achter me aan en golft het meer me na. Weer blijft een deel van mij hier. In het meer, tussen de olijfbomen, in de straatjes van de stadjes, op grillige toppen, in de gouden zonnestralen van de dag en haar koperen streling van de avond. Zwevend op de geuren van de bloemen, verloren in onmetelijke mooie vergezichten.
Hoe kan het toch, ik had erop voorbereid kunnen zijn, ik wist hoe Umbrië me kon vangen. Toch overviel de bijzondere schoonheid ervan me weer.
En dan het meer.
Reddeloos verloren verdronk ik wederom in zijn blauwgroene glanzende blik. Liet ik me in de avonden verrassen door het spel tussen zon, de lucht en de spiegel van Lago Trasimeno. Dan kalm en vlak, dan vrolijk golvend.
Mijn favoriete plek.
Al gauw terug gevonden, de pier. Waar het spiegelspel tussen de drie elementen, zich het mooiste openbaarde. Waar de inwoners van Sant Arc‘Angelo hun avondloop doen, waar ik in gesprek kom met een trotse, oudere dame. Hoe verlangt ze nog naar de tijd dat de veerboot nog elke dag vertrok, maar ja, “il macchina”. Nog even een lesje topografie van de plaatsen om het meer, die zich lieten zien met al hun lichtjes, schitterend tegen de heuvels en weerkaatst in het water. Dan wenst ze me nog een fijne avond en een heerlijk verblijf in haar plaats, haar streek, haar trots en vertrekt naar even oude vriendinnen, die zich iets verder van de pier, gezellig keuvelend, ophouden.
Hoe had ik me hier op kunnen voorbereiden.
Niet.
Het vangt je en houdt je vast. Met de tijd was de de heimwee gesleten, maar de herkenning van het gevoel totaal overrompeld te zijn door Umbrië, is even hevig als het jaar ervoor. Misschien nog wel heviger.
De laatste dag, een laatste duik, zout water mengt zich in zoet.
Ik had een heerlijke tijd en heb nu een nog sterker verlangen om terug te komen. Ik laat een deel van mijzelf in Umbrié, neem mijn herinneringen mee. In foto’s, in het ronde steentje uit het meer, de grote witblanke glad-gesleten steen van de Monte Subasio, de omslagdoek gekocht in Assisi.
En ik groet “tot een volgende keer”
a la prossima volta!




