dec
14
2009

Seizoenenkind in de winter

“Kijk mama, het heeft gesneeuwd.”

“Nee lieverd, het zijn kleine kristallen van ijs die aan de takken kleven.”

“Maar hoe komen ze er dan?”

Ze kijkt naar de vragende blik in onmetelijk blauwe ogen een vleugje groen om de iris. Blonde haartjes pieken onder haar rode mutsje vandaan en omlijsten een zachtroze gezichtje en rode wangen van de kou. Winter heeft haar wangen al beroerd en roodgekust denkt de moeder glimlachend.

“Wil je weten hoe het komt? Vannacht kwam Winter op bezoek. Jij sliep en hij wilde je laten weten dat hij geweest was, maar hij wilde je ook niet wakker maken. Hij vond je zo’n mooi engeltje in je prinsessenbed, je duimpje zat nog zo lief in je mond en Boris-beer lag ook nog zo lekker onder de warme dekens, dat hij iets anders bedacht.
Hij riep zijn winterelfjes en gaf hen zijn winterpoeder. Ze pakten hun surfboards en terwijl hij hen voort blies op zijn koude vorstadem, strooiden zij het poeder in de rondte. Die hele kleine vlokjes kleefden aan de takken, de daken en het gras en groeiden naar kleine ijskristallen. Kijk maar eens heel goed, je zult zien dat ze allemaal verschillende vormen hebben. “

“Mamma?”

“Ja schat?”

“Hoe zien die winterelfjes eruit?”

“Ze kunnen vliegen op de adem van Winter, met hun surfboards onder hun voeten. Mutsjes dragen ze in de felste kleuren, zodat Winter ze ook in de nacht kan zien. Ze hebben spierwitte wilde haren en bonte jasjes die om hun heen wapperen. Ragfijne zilveren vleugeltjes hebben ze, zodat ze ook zelf kunnen vliegen. Winter heeft me wel eens gevraagd of hij je mee mocht nemen, de elfjes zouden dan op je passen. Dat wilde ik natuurlijk niet.”

“Waarom niet?”

Ze pakte haar dochter op en zwierde haar in het rond. Het meisje lachte vrolijk en de moeder zong bijna.

“Omdat ik je dan alleen in de winter zou zien, ik wil je het hele jaar door, alle jaren lang zien! Dus zei ik tegen de Winter. Kijk eens goed naar haar. Ze is een kind van alle seizoenen. Haartjes zo wit als de sneeuw, haar huidje zo zacht als het dons de eerstgeboren kuikentjes, haar ogen zo blauw als een strakblauwe zomerlucht en haar temperament van de herfst. En Winter snapte het, je zou alle seizoenen even lief hebben en hij moest je delen. Net als Lente, Zomer en Herfst.

“En net als jij, mama”

“Én net als ik, maar ik mag je een beetje meer helpen, totdat je groot genoeg bent en je de seizoenen zelf kan begrijpen en zien en jij je liefde goed kan verdelen”

Reageren? »

RSS feed for comments on this post. TrackBack URL


Leave a Reply

© 2009 - 2010 AtEllens.nl | Powered by WordPress | Theme: Aeros 2.0 by TheBuckmaker.com