Rennend in de regen
Elkaar ontwijkend,
Maar niet uit het oog verliezend.
Druppels strelen hun gezichten, als ze lachend elkaar najagen.
Geen last van kou, verwarmd door elkaar,
vangen ze elkaar eindelijk, doorweekt.
Voorzichtige vingers volgen de kleine beekjes regenwater
Glijden over zijn neus, zacht over haar lippen
Haren krullend nat, plakken om haar wangen
Stralende ogen verdrinkend in de zijne
Ze kust een druppel weg van zijn kin
Hij drinkt van haar lippen
Dansen in de regen
Op het ritme van gevormde kringen in de plassen
Eenheid in duizenden vallende spetters