De geur kruipt al door de ramen naar binnen als de auto de kustweg verlaat, iets verder het binnenland in. Niet te ver, maar wel zo ver dat het blauw niet meer zichtbaar is en door het groen van de Toscaanse heuvels wordt vervangen.
De geur is voor mij met voorjaar in Italië verbonden. Witte bloesems hangen zwaar in de vele bomen die naast de weg staan. Ik zou het liefst als een jonge hond mijn neus uit het autoraam willen steken en opsnuiven welke geuren er nog meer op ons pad komen. (meer…)
11
2011
Il Casale in Pescia
30
2011
Van de regen…
“Joehoeoeoeoe! Simone! Ik ben zowaar op tijd!” Haar vrolijke groet kwam al binnen ver voordat de deur openvloog. Joris zag in gedachten hoe ze haar fiets tegen de gevel kwakte in een poging nog sneller in huis te komen.
Het hoost.
Het gestommel op de trap door het trappenhuis kondigde blote voeten aan, niet de hakken die Simone zo graag droeg. Hij keek fronsend naar de deur die zo opengezwaaid zou worden door een wervelwind, Jara.
“Ik bén er!” Dramatisch met haar armen zwaaiend en tollend op haar benen maakte ze haar entree. Terwijl ze kakelend uitriep “Wát een hondenweer” strooide ze de druppels uit haar haren over het notenhouten parket. De sandaaltjes die ze in haar hand had, belandden ergens halverwege het kleed voor de bank. (meer…)
21
2011
Watercirkel
Het nu al hoge gras streelt haar enkels en kriebelt langs haar kuiten. Het is een heerlijke, bijna zomerdag, een voorproefje van wat nog komen zal. De gele bloemenvelden die fel afsteken tegen de pasgeboren blauwe lucht, verklappen echter de lente.
Ze kijkt naar haar lief, aan de waterkant zit hij, zijn gezicht ontspannen zijn ogen strak gericht op de waterspiegel die waterschrijvers draagt en het leven eronder deels prijsgeeft. Het is hun vaste plek, ze hebben elkaar daar al eeuwen geleden getroffen en telkens vinden ze elkaar weer in andere nieuwe levens. (meer…)
18
2011
Strand
Op het strand
Lachend rennen
Struikelen in het zand
Samen vallen en daar blijven
Kussend, strelend, beminnend
De eeuwigheid aanraken
In liefkozend maanlicht
Tot de zon uit de zee opkomt
En zij liefde belicht
07
2011
De wereld
Hij heeft het weer. Ik huiver bij het horen van de klanken die zijn gemoedstoestand verraden. Met een diepe zucht probeer ik me weer te concentreren op de termen die ik morgen toch echt zou moeten kunnen dromen. Het tentamen is over minder dan 24 uur en hangt als het donkere zwaard van Damocles boven mijn hoofd. Ik beheers de stof nog niet voldoende en ik ben bang dat als de herrie van hem zo door gaat, het ook nooit wat gaat worden. (meer…)
11
2011
Doorreis
“Het verre geknars van treinwielen doorbrak de stilte op het perron. Tussen twee koffers stond een jonge vrouw, ineengedoken. De kou vormde rode plekken op haar wangen. Af en toe keek ze ongeduldig om zich heen, angstig bijna. Langzaam kwam de binnenkomende trein tot stilstand, deuren gingen open en enkele haastige voeten lieten lichte afdrukken na in de dunne witte laag op de perrontegels. De vrouw tilde haar koffers op en stapte in.” (meer…)
06
2011
Onvergankelijk
Al een tijdje kijk ik nu bij hen naar binnen. Ik kan me niet echt herinneren hoe lang,maar lang genoeg.
Lang genoeg om te weten dat de warmte die door de ramen naar buiten lijkt te stralen ontstaat door Haar. Lang genoeg om te weten dat Zij op handen gedragen wordt door Haar zoon en dochtertje. (meer…)
02
2010
Kinderwens
Oh mijn god, ik wil het. Ik wil het zo graag dat het zeer doet. Verlangen brandt. Mijn maag draait. Mijn vingertoppen tintelen. Mijn handen glijden over het zachte dekentje, het kleine warme lijfje eronder. Zachte donshaartjes op het hoofdje. (meer…)
27
2010
sneeuwzwarte belofte
Als een belofte in de lucht
Nog luchtig in de vlucht
Vervlogen in de landing
Stil staat ze voor het raam, ziet de vlokken in tranen veranderen, ronde zwarte vlekjes op de stoep in plaats van wit.
Net als zij. In hun vlucht op jacht naar de liefde, proefde ze de lust, dartelde ze in de aandacht, voelde ze zich bemind.
Totdat de landing kwam en ze zich alleen terugvond. In tranen, zonder belofte, zonder liefde, zonder hem. Nu dwarrelen alleen zijn woorden nog rond en luistert ze naar een herinnering.
Een belofte vervlogen
Haar hart bedrogen
Geland als een eenling
01
2010
Ik heb je graag
Haar silhouet tekende zich af voor de dansende gordijnen. Ze streken langs haar zachte lijnen. Haar haren deinden mee in hun ritme.
Hij keek naar haar terwijl ze voor het raam stond en over een razende stad uitkeek. Felle, grillige flitsen lichtten als spotlights de donkere wolkenpartijen boven de stad uit, deden haar zacht glanzende huid opschijnen en haar haren vlammen. Het donderen, dreigend grommend, beloofde een hoogtepunt, de echte klappen moesten nog vallen. Maar niet meer bij hun. (meer…)



