Nooit te voren
In gedachten verzonken zat ze daar. Staarde ze over het bevroren water voor zich.
Het ijs op de vijver toonde zich zwart in geveegde paden. Spiegelde hen die zich op zijn gladde oppervlak durfden te wagen. Het dunne laagje sneeuw wat rond de paden lag, glinsterde in goud.
Het bankje stond in de laatste zonnestralen. Ondanks dat het vroor warmden ze toch, nog net. Wolken dreigden. Het was watten-wit. Er zou weer sneeuw gaan vallen. Straks. (meer…)



