Fine zat in kleermakerszit op het bankje van Veronica. Op haar schoot lag een schetsblok. Met een grijs potlood zette ze strepen op het wat korrelige papier.
Af en toe keek ze opzij. Haar ogen iets toegeknepen, lipjes getuit en een klein rimpeltje tussen de beginnetjes van haar wenkbrauwen. Vervolgens boog ze zich dan weer over het vel wat steeds meer grijs kreeg.
“Zal ik wat limonade voor je pakken?”
“Nee Roni, je mag niet weggaan nu, nog even niet bewegen, ik ben bijna klaar.” (meer…)



