“Hebben!” Onbedwingbaar verlangen om te verzamelen beheerst me.
“Voor mij!” Het glanzen, de vorm. Ik graai waar ik kan en neem zoveel ik kan dragen.
“Ik wil nog meer!” Ik moet opschieten straks zijn er anderen voor me. En ik kan niet zonder! Ik moet er wel aan toegeven, ik zou het besterven als ik minder had.
Druk bewegend, zelfs hippend van opwinding beweeg ik me tussen al het moois. Het is me gegund vandaag het ligt voor het oprapen en ik ben vroeg, ik ben de eerste. Snel gris ik in de uitgestalde waren. Dié daar, zo mooi gaaf, die is voor mij. En die dáár, die is groot, die is ook voor mij. Oooh en die! Kijk eens hoe mooi het me aanglanst, voor mij!
Volgeladen ren ik terug naar huis. Ik verberg snel de spullen voor de rest. Ze zouden het zo van me af kunnen pakken, wel onthouden waar ik het verstopt heb! En nog een keer ren ik terug.
Snel en totaal gefixeerd op wat er op me ligt te wachten, schiet ik over de weg, onderweg naar al die mooie, glanzende tractaties.
Beng!!!!
Een enorme dreun houdt me tegen. Alles weg.
Doorrollende banden, gegil.
“Oooh nee, Pap! Wat doe je nu! Nee! Niet doorrijden! We moeten toch kijken hoe het gaat! Pap! Stop nou!! Pahhaaaap! Een huilend kind op de achterbank. Ze roffelt met haar knuistjes op de kopsteun van haar vader. Ze draait zich om en kijkt door de achterruit om te zien hoe het met het slachtoffer gaat.
“Pap! Gilt ze, haar stemmetje slaat over, “stop nou toch!” snikt ze.
“Nee, sorry schat, dat zal niet gaan, de weg is te druk, de andere auto’s zouden op ons botsen, het is te gevaarlijk om hier stil te gaan staan.”
“Ja maar pap! Dat kan toch niet, misschien leeft het nog!”
Het betraande witte gezichtje omringt met rossig blonde krullen tuurt nog een keer door de achterruit. Haar vingertjes knellen zich wit om de rugleuning, een snotterbel van neus naar bovenlip, lucht opsnuivend haalt ze het weer binnen en veegt de rest aan haar mouw.
Op de weg een vlekkerig plasje bloed. De eekhoorn is de berm in gestuiterd. Een pootje nog zichtbaar op het teer. De eerste kraai vliegt al boven zijn lijfje, een eikel rolt weg.
“Van mij!” krast de kraai en hij kijkt naar zijn zwarte makkers, “De eikels zijn gevallen, het wordt een feestmaal vandaag!”




