apr
13
2009

Vertrek (Fine, 13)

“Ga maar papa, je moet ze zoeken”

Zeb keek naar zijn dochtertje, hoofdschuddend liet hij zich opnemen door haar donkerblauwe blik. Elke keer trof het hem in zijn hart, ze was nog klein, maar toch leek ze altijd zoveel te weten, aan te voelen. Tranen brandden in zijn ogen, hij probeerde ze weg te knipperen zonder dat iemand het zag, maar niks kon aan haar scherpe blik ontsnappen, tranen al helemaal niet.

Ze hief haar handje op en wreef zachtjes over zijn ooglid. Alsof ze de traan de weg wilde wijzen, streek ze langs zijn neus en lippen, naar zijn kin. De traan volgde haar aangegeven pad.

“Ik ga je missen, kleintje.”

“Dat weet ik papa, ik jou ook, maar ik ga je berichtjes sturen”

Zeb zijn tweede traan verdween op zijn lippen, in een glimlach. Hij wist dat ze het kon, hij speurde de blauwe lucht af en vond Fine’s boodschapper, de kleine zwaluw was altijd in de buurt.

“Ik zal er op letten lieverd, dat beloof ik!”

Zeb keek naar Anna, hij voelde hoe zijn hart wild bonkte, roffelde, het deed gewoon pijn. Hartzeer, hij wist al eerder hoe het voelde, maar nog nooit had hij het zo kunnen delen. De wetenschap dat haar hart net zo tekeer ging, steken af gaf, zich probeerde te verweren tegen wat er ging gebeuren, sterkte hem. Ze hield van hem, zoveel dat ze hem nu weg stuurde. Zoveel om de onzekerheid over zijn terugkeer te accepteren.
Zoveel om zonder woorden te kunnen laten zien hoeveel.

Hun ogen versmolten, hun harten klopten samen, even waren ze één in een gezamelijke herinnering. Hun laatste gesprek, het dwarrelde in flarden om hen heen. Zeb die, na de vraag van Anna waarom hij zoveel onrust in zijn lijf had, uitlegde dat hij zijn ouders en zus mistte. Dat hij verantwoordelijk was geweest voor een onherstelbaar verdriet binnen hun gezin. Hoe hij gevlucht was, omdat hij toen niet de kracht had gehad om te blijven. Hoe graag hij ze nu wilde zoeken, omdat hij met ze wilde praten, maar vooral omdat hij wilde laten zien dat ook hij kon liefhebben en dat ook met hen wilde delen. Anna had hem gezegd te gaan Dat zijn leed en gemis tussen hen in zou aan staan en dat hij ze moest zoeken. Als zijn ouders en zus wilden, kon Zeb ze meenemen naar hun huis, zodat ze Fine en haarzelf konden leren kennen.

Dat gesprek was een week geleden.

Zeb was daarna naar Sandro en Amata gegaan. Hij had aan Sandro gevraagd of hij, met zijn mogelijkheden als oud onderzoekjournalist en nu redacteur, hem wilde helpen zijn ouders te zoeken. Sandro wilde hem graag helpen en hij had een aantal aanwijzingen gevonden, die Zeb nu zelf zou natrekken, hoe lang dat ging duren, was nog onbekend.

Een klein handje streek langs de verstrengelde vingers van Zeb en Anna. Verwaterd blauw keek op, armpjes kwamen omhoog. In een beweging tilden vier armen haar hoog op.

Sandro keek ernaar en hij wist hoe dit beeld atijd bij hem terugkomen bij een gedachte aan onvoorwaardelijke liefde. Hij keek opzij, zag zijn vrouw Amata en hij wist dat ze hetzelfde dacht, haar hand kneep zachtjes in de zijne, haar hoofd knikte, haar lippen spelden, ‘Jullie moeten gaan’

Sandro sprak het uit.

“Zeb, we moeten gaan”

In de stofwolken van de auto over het pad rende Fine. Haar rode jurkje fladderend, zich scherp aftekenend tegen het opwaaiende gruis. Plots stond ze stil. Ze hief haar hoofdje op, haar haren nog nagolvend van haar snelheid, krullend langs haar zachte wangen. De wind bleef met de honingblonde lokken spelen, hield ze in beweging. Het meisje stond muisstil. Ze vond haar zwaluw en stuurde hem achter de auto aan. Haar vingertje wees de weg.

Reageren? »

RSS feed for comments on this post. TrackBack URL


Leave a Reply

© 2009 - 2010 AtEllens.nl | Powered by WordPress | Theme: Aeros 2.0 by TheBuckmaker.com