mrt
01
2014

Vlekken

Ik geloof dat hij wat zinnigs vertelde, maar ik kon alleen maar naar die bruinetandendingen kijken en ik hoorde slechts het lucht opzuigen, na een lange zin. Ik zag zijn ineen gevlochten gladde vingers en de kleine vlek, net naast zijn streepjes das. Zo op zijn borst.

Zou het koffie zijn? Of misschien kwam het van een broodje tonijn, dat vlekt ook wel licht bruinig, toch? Misschien wist hij het niet. Misschien durfde zijn assistent het niet te zeggen. Of degene die voor me was. Zou ik?

Hij is ook wel een type dat wat morsig eet. Ik kon me zo voorstellen dat zijn handen stevig om het pistoletje heen vouwden en dan die eerst hap. Tonijnsalade met sliertjes selderij en wat groenig spul, komkommer ofzo, wat rode ui wellicht. En dan hap, erin. Maar ja, die kleine mond, dat bruinige zwarte gat, dat past natuurlijk niet om een heel pistoletje, ruim besmeerd met de salade. Dus kneep er wat uit en viel de heerlijke salade zo tussen de blauwe streepjes.

Jannie, de kantine juffrouw, werd erom geroemd. Met name door hem, waarop zij dan weer meisjesachtig giechelend, nog een extra schep tonijnsalade oplepelde uit de plastic bak, iets meer tonijn, iets minder groen dan maar. Alles voor een complimentje, dat ze verder altijd moest ontberen. Niet omdat ze onknap was, maar omdat ze een lul van een echtgenoot had, die pas zou weten wat hij miste op het moment dat ze met bruinetandenman er vandoor zou gaan. Ja, het klikte vast er goed tussen Jannie en hem. Zij feeder, hij ontvanger en dat complimentje zo af en toe,ja, dat maakte haar als was in zijn vettige handjes.

Ik knipperde met mijn ogen. Ik moest toch naar hem luisteren? Ik keek opzij. Weg van de vlek. Naar buiten. Niet dat het hielp, zijn stem zeverde nog steeds en kwam onverstaanbaar voor mijn oren tot stilstand. Waar was ik eigenlijk gestopt met luisteren?

De bomen hadden het zwaar, de wind joeg  door hun nog volle kruinen. Het stormde vroeg. Het raasde ook in mij. De dame met haar prachtige trenchcoat trok haar capuchon verder over haar haren. De wind trok aan haar ceintuur en duwde haar voor zich uit. Ik kon me haar grimas voorstellen. Niet dat ik zou balen. Heerlijk juist. De storm, die de regen in je gezicht jaagt, die de woorden uit je gedachten laat verwaaien. Fris. Zodat je weer opnieuw kan denken, innoveren. Zodat je kan vergeten.

Behalve die vlek. Die vlek houdt me bezig, enorm.

“Je hebt een vlek”

“Wat?”

“Je hebt een vlek, kijk, daar”. Mijn vinger wijst trillend naar zijn streepjes overhemd, met krappe knoopjes. “Had de assistente dat niet tegen je gezegd? Of Jannie?”

“Pardon?”

“Je weet wel, Jannie, van de tonijnsalade.”

“Ik begrijp dat u overstuur bent.”

“Hoezo? Vanwege jouw vlek?”

“nee, maa…”

“Ik vond gewoon dat ik het moest zeggen, ik kan je toch niet voor lul laten lopen?”

“Nee, ja, nee, maar ik leg u net uit wat we gaan doen.”

“We? Wat gaan we doen? Het is toch uw vlek?”

Hij schuift naar achter, de poten schrapen over het linoleum. Hij trekt vast een spoor in het zachte materiaal. Hij zou wieltjes moeten hebben, zo’n bureaustoel, of zo’n bal voor een stabiele zit.

Dan zie ik een foto, een röntgenfoto. Oh ja, mijn röntgenfoto. Ik weet weer waar ik stopte met luisteren.

Ik heb ook een vlek.

Written by in: bron: onbekend. |

1 reactie »

RSS feed for comments on this post. TrackBack URL


Leave a Reply

© 2009 - 2010 AtEllens.nl | Powered by WordPress | Theme: Aeros 2.0 by TheBuckmaker.com