Fine zat in kleermakerszit op het bankje van Veronica. Op haar schoot lag een schetsblok. Met een grijs potlood zette ze strepen op het wat korrelige papier.
Af en toe keek ze opzij. Haar ogen iets toegeknepen, lipjes getuit en een klein rimpeltje tussen de beginnetjes van haar wenkbrauwen. Vervolgens boog ze zich dan weer over het vel wat steeds meer grijs kreeg.
“Zal ik wat limonade voor je pakken?”
“Nee Roni, je mag niet weggaan nu, nog even niet bewegen, ik ben bijna klaar.”
Veronica schudde met haar hoofd.
“Dat ook niet doen, Roni, hou je hoofd stil, ik ben een oor aan het tekenen!”
Veronica keek met een glimlach naar de krassen op papier. Fine’s haar hing er grotendeels voor, maar wat ze ervan kon zien, leek nou niet echt op een oor. Met een zachte zucht gaf ze toe aan het meisje. Ze liet de stralen die van haar uitgingen weer door zich stromen. Fine bracht haar toch elk bezoekje iets bijzonders. Het zat in de gesprekjes over de kruiden in haar tuin. Fine wees haar weer op de schoonheid van het land. Fine’s fantasie nam haar mee de natuur in.
“Roni?”
“Ja lieverd”
“Wist jij dat de wolken het meer vullen?”
“Ja dat wist ik.”
“Wist jij ook dat als de wolken dat niet deden, het meer zijn water zou kwijtraken?”
“Ja dat weet ik ook.”
“Weet je wat het meer daarom doet? “
“Nou?”
“De wolken zijn altijd heel nieuwsgierig, wist je dat? Ze willen zo graag weten hoe hun vormen zijn. De lucht kan ze dat niet laten zien. De wind kan ze het wel vertellen, maar zodra hij zijn mond opendoet, waait hij ze weer in andere vormen. Daardoor blijft hij maar praten en jaagt hij de wolken op de vlucht. Daarom gaan ze soms zo snel voorbij die wolken! Wist je dat Roni?”
“Nee, schat, dát wist ik niet. Maar wat doet het meer dan?”
“Dat is toch zo makkelijk!” gilde Fine lachend uit.
Ze sprong op en maakte een rondedansje. Het schetsboek landde op de grond, even vergeten. Het potlood rolde tegen een dot gras. Lachend kroop ze bij Veronica op schoot, pakte haar hoofd en draaide haar oor naar haar lippen.
Toen ademde ze in haar oor:
“Het meer vangt hun beeld, en kaatst het naar de lucht, net zoals mama foto’s maakt, net als de spiegel in de gang. En dat doet hij om ze te bedanken voor het water dat ze hem brengen.”
Veronica sloeg haar armen stevig om Fine heen. Even genoten ze stilletjes van elkaars warmte.
Toen hupte Fine van Veronica’s schoot. Ze scheurde het pas ingevulde blad van de het schetsboek. En gaf het aan Veronica.
“En nu bedank ik jou” zei Fine met stralende ogen
“Waarom?”
“Jij vult mij met liefde. Je vertelt me veel nieuwe dingen. Als bedankje kaats ik nou jouw beeld naar je terug, kijk maar!”
Veronica draaide het vel. Haar adem trok zich terug in haar borstkas. Haar hart maakte een sprongetje. De paar lijnen die Fine had gezet, leken treffend goed op Veronica. In beeld, maar vooral in gevoel, het grijs was in zoveel tinten dat het bijna kleur werd.
Fine grabbelde in de zak van haar tuinjurkje.
“Nu alleen dit nog.” zei ze.
Ze pakte het vel en op de plek waar het hart zat, kleurde Fine het heel zacht in met een rood potloodje.
“Daar herken ik jou altijd aan in mijn dromen” fluisterde ze.
Fine gaf de tekening weer terug aan Veronica, klapte een zoen op haar wang en zong bijna toen ze richting haar eigen huis huppelde:
“Je bent lief Roni!”
Veronica voelde hoe haar hart straalde, het stroomde vol en over met warm rood
“Jij ook kleine, jij ook!”




