Renzo en Leandro buitelden over en onder elkaar door. Lachend rolden ze over het bonkige veld de heuvel af.
Hun heldere lach galmde de dalen in en namen een lange vlucht over de beek. Langzaam opgaand in de gouden natuur. Het was een luie nazomerdag en het groen had zich al terug getrokken om plaats te maken voor een gulden gloed.
Onderaan de heuvel kwamen ze langzaam stil te liggen. Hijgend en elkaar lachend aanmoedigend sprongen ze weer op.
“Nog een keer?” Nog draaierig van de eerste buiteling keek Leandro naar Renzo.
Maar Renzo zei niks, hij staarde naar de lucht, Leandro volgde zijn blik.
“Kijk, die wolk lijkt op een huis” zei hij.
Leandro zuchtte, daar ging zijn broer weer. Met zijn armen slap langs het lijf, liet hij zich met een plof terugvallen in het kriebelende gras. Hij draaide zich op zijn buik, koos twee nog frisse graspluimen. Stak er een in zijn eigen mond en duwde de ander tussen de lippen van Renzo. Als hij dan toch weer moest luisteren, dan maar lekker languit. Hij strekte zich uit, armen achter het hoofd en staarde naar de wolken, zijn uitgestrekte vinger wees een wolk aan.
“En die, waar lijkt die dan op”
“eeeeh dat is een paddestoel, jaah, kijk maar de bovenkant is het stammetje en de”
“ja, ja, ik geloof je en die?”
Ongeveer een kwartier lang wezen ze wolken aan en daagden ze elkaar uit om te vertellen hoe de wolk eruit zag. Renzo genoot altijd van dit spel. Hij voelde hoe zijn geest een vlucht nam, naar de wolken toe. Hoe hij er omheen vloog om het van alle kanten te bekijken.Om het dan te benoemen. Soms wist hij zelfs nog te vertellen wat voor avonturen de wolk al beleefd had. Leandro vond het ook fijn. Hij kon dan wel niet zo heel goed verzinnen hoe de wolk eruit zag, maar het was echt iets van hem en zijn broer. Hij voelde zich prettig naast hem, zo tussen de hoge halmen van het gras, alsof de wereld van hen alleen was.
Leandro zag de wolk het eerst, hij was al vreselijk aan het speuren geweest, naar een moeilijke, maar deze was schrikbarend goed gelijkend. Hij schoot omhoog, springend zijn vinger prikkend naar de wolk. Ook Renzo had het gezien, zijn mond viel open.
“wauw, kijk dan Renzo! Dat is net Fine!” Hoe kan dat nou? Kijk die kleur die het heeft, blauw! Een blauwe wolk! Jonge wat gaaf!”
Renzo lag nog steeds met grote ogen te kijken. Ging zitten en speurde de heuvels af. Toen zag hij haar, nog boven hun op de heuvel, hun blikken kruisten elkaar, een glimlach over haar gezicht ze wees naar de wolk, klapte in haar handen. Renzo keek weer naar de wolk en zag hoe de wind het veranderde naar vleugels, en toen verwaaide het.
“Oooh jammer” riep Leandro “die was echt gaaf!”
Renzo keek grijnsend naar zijn broer, die stond te dansen in het gras. Toen hij weer opkeek was Fine weg. Een kriebel in zijn buik liet hem ook opspringen.
“Kom op Leandro! Gaan we nog een keer?”
Verbaasd door het plotselinge enthousiasme van zijn broer, liet Leandro zich het geen twee keer zeggen en rende alweer juichend de heuvel op.
Renzo keek nog een keer naar de lucht, geen wolk. Hij keek nog een keer naar de top, geen Fine, maar ze was altijd vlabij hem,hij wist het, zo voelde het




